The Bone Clocks — David Mitchell

Er zijn schrijvers die personages creëren die zo levensecht zijn dat ze haast even vertrouwd aanvoelen als de mensen waarmee je je dagelijks omringt. Andere schrijvers componeren dan weer ijzersterke plots die je nagelbijtend doen verder lezen. Sommige schrijvers zijn in de eerste plaats stilisten. Hun zinnen zijn pareltjes, hun metaforen vaak pure poëzie. En dan zijn er nog de schrijvers die vooral iets heel urgents te vertellen hebben. Of schrijvers die een geweldig gevoel voor humor hebben.
De schrijvers die al deze kwaliteiten combineren, zijn uiterst zeldzaam, maar David Mitchell behoort ongetwijfeld tot dit selecte clubje.

Zijn recentste roman The Bone Clocks (naar het Nederlands vertaald als Tijdmeters door Harm Damsma en Niek Miedema), een klepper van maar liefst 595 pagina’s, is alweer een verbluffend staaltje proza. Ik begon het boek te lezen toen ik een lange treinreis door Duitsland voor de boeg had en raakte onmiddellijk ondergedompeld in het verhaal. The Bone Clocks samenvatten, is het boek oneer aandoen, dus ik maak niet meer dan een snelle schets.

What is born must one day die. So says the contract of life, yes? I am here to tell you, however, that in rare instances this iron clause may be … rewritten.

David Mitchell

In zes delen – waarvan het eerste zich afspeelt in 1984 en het laatste in 2043 – volgt Mitchell het leven van Holly Sykes. We leren haar kennen als een opstandige puber met liefdesverdriet en nemen honderden pagina’s later afscheid van een oudere vrouw die probeert te overleven in donkere tijden. Alleen dit eerste en laatste deel worden verteld vanuit het perspectief van Holly. In de overige delen staan andere personages centraal, maar stuk voor stuk spelen ze een rol in Holly’s leven. The Bone Clocks is een reis door verschillende periodes, landen en levens. Het boek is brandend actueel en tegelijkertijd overstijgt het de wereld die we kennen. Niet alleen omdat Mitchell een duister (maar niet onrealistisch) toekomstbeeld presenteert, maar ook omdat hij een soort van metafysische oorlog tussen twee groepen ‘onsterfelijken’ als een rode draad doorheen zijn verhalen weeft.

Doorgaans houd ik niet zo van romans die te veel flirten met het bovennatuurlijke, maar Mitchell blijft ver uit de buurt van de esoterie en maakt zijn boventijdruimtelijke verhaal zo aannemelijk dat het boek hierdoor alleen maar aan kracht wint. Elk verhaal van Mitchell, in welke tijd of ruimte het zich ook afspeelt, zegt immers in de eerste plaats iets over ónze tijd, over de manier waarop wij leven, liefhebben, communiceren, blunderen en omgaan met sterfelijkheid.

Wat The Bone Clocks zo bijzonder maakt, is dat het hoofd en hart in dezelfde mate beroert. Het boek liet me nadenken en verbluft zijn over stijl en structuur, en tegelijkertijd voerde het me mee op een rollercoaster van emoties. Slechts weinige boeken doen me naar een zakdoek tasten, maar bij de slotpagina’s van The Bone Clocks rolden er tranen over mijn wangen. Niet alleen omdat de slotscène naar de keel grijpt, maar ook omdat je beseft dat je een pracht van een boek hebt gelezen.

David Mitchell schrijft eigenlijk geen boeken, hij schept werelden die je opslokken en je ietwat verweesd achterlaten op het moment dat je ze moet verlaten. Gelukkig verlaat je Mitchells universum altijd maar tijdelijk, want elk nieuw boek legt tal van verbanden met vorige boeken. Personages duiken bijvoorbeeld in verschillende romans op. De schrijver zegt dan ook dat ieder boek een hoofdstuk is van één groot geheel. Ik kijk in ieder geval reikhalzend uit naar het volgende ‘hoofdstuk’, razend benieuwd naar wat dit literaire talent nog allemaal in petto heeft.

The Bone Clocks van David Mitchell, Sceptre, 2014, 595 p.

Nog geen reactie → Geef jouw reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *