Echte schrijvers drinken thee

Met enige schroom moet ik toegeven dat ik een theesnob ben. Als er weinig keuze is, drink ik best weleens Lipton of Pickwick, maar zelf haal ik die zakjes niet in huis. Met thee heeft dat kunstmatig gearomatiseerde gruis namelijk weinig te maken, vind ik. Ik kies liever voor kwalitatieve losse thee, al dan niet voorzien van natuurlijke aroma’s, in stijlvolle pakjes uit al even stijlvolle (vaak Parijse) boetieks. Ik weet het: theesnob ten voeten uit. Maar voor dat snobisme roep ik verzachtende omstandigheden in. Ik heb nood aan mijn theeritueel. Het komt mijn schrijfwerk ten goede.

Van thee naar tekst

Voor ik naar mijn werkkamertje trek om te beginnen schrijven, maak ik een kop thee. Het maken van die thee vormt de overgang van ‘rondhangen in de woonkamer’ naar ‘intensief werken in mijn kamertje’. Ik zou een zakje Lipton in een kop heet water kunnen keilen, maar die handeling heeft te weinig rituele waarde.

Ik wil verschillende blikjes en zakjes kunnen openen om de aroma’s op te snuiven. Ik wil een thee-ei of filterzakje nauwgezet kunnen vullen met de juiste hoeveelheid theeblaadjes, om er dan water met de juiste temperatuur op te gieten en de timer zo in te stellen dat de thee precies lang genoeg trekt om al zijn aroma’s prijs te geven zonder bitter te worden.

Terwijl ik al die handelingen verricht, bereidt mijn geest zich al voor op het schrijven. Het is trouwens veel gemakkelijker om – in periodes van weinig motivatie – te zeggen ‘ik ga een kop thee zetten’ dan ‘ik ga schrijven’. En van zodra ik de kop thee in mijn handen heb, is de stap naar mijn werkkamer opeens een stuk kleiner.

Ik hoor verwoede koffiedrinkers al hardop denken: koffie zetten kan toch ook met rituelen gepaard gaan? Ja, dat kan, zeker nu allerlei traag druppende systemen en zelfgemalen bonen weer helemaal hip zijn. Maar thee heeft nog meer te bieden.

De taal van thee

Slechts zelden drink ik zuiver zwarte, groene of witte thee als ik ga schrijven. Ik kies voor melanges met bloemige, kruidige of fruitige toevoegingen. Ze verspreiden niet alleen heerlijke geuren, maar zijn steevast voorzien van poëtische namen die mijn fantasie prikkelen en mijn zinnen doen zingen nog voor ik mijn bureau heb bereikt.

Pouchkine belandt in mijn kop als ik aan een gedicht ga schaven, Thé des Concubines hoort bij vurige scènes, Marco Polo loodst me door een reisverhaal, Autumn Blend vergezelt passages vol regen en Earl Grey is er voor al het zeer ernstige werk. Bedenk zelf maar wat past bij Bal Masqué, Thé du Hammam, Eden Rose, Nuits à Versailles of Pleine Lune

Thee drinken gaat gepaard met talig plezier en geeft mij zin om te creëren. Maar, alle gekheid op een stokje, ik geloof best dat er meesterwerken geschreven zijn bij sloten koffie, bier, fristi of wodka.

Wat ik wél in alle ernst meen: een vast ritueel voor het schrijven kan enorm helpen op momenten dat je er even geen zin in hebt. Voor mij is dat ritueel een lekker kopje thee zetten, maar kies vooral iets dat bij jou past!

 

2 reacties → Geef jouw reactie

Haha, fantastische blogpost! Ik heb de indruk dat thee echt hip is bij schrijvers. Amélie Nothomb vertelt in interviews ook altijd dat ze ’s morgens heel vroeg opstaat, superstraffe thee drinkt en vervolgens uren na elkaar schrijft.

Zelf drink ik liever koffie, maar af en toe drink ik ook thee met een zakje (!). Eigenlijk drink ik alleen neutrale citroenthee of muntthee en wil ik stiekem liever een theesnob zijn ;-) Maar bloemige theesmaken lust ik niet…

Hm, dat ‘heel vroeg opstaan’ ontbreekt nog wel bij mij … ;-)

Er zijn heel veel soorten losse thee, zeker niet alleen bloemige smaken, hoor. Gewoon eens een goede theewinkel binnenstappen en aan de potjes ruiken. Voor je het weet, ben je een theesnob ;-)

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *